Mrt 202017
 

Ik heb veel ervaring in mbo-scholen. Dit zijn over het algemeen heel inefficiënte organisaties. Van elke 100 euro die deze scholen aan belastinggeld ontvangen, the rowerswordt ongeveer 20 euro besteed aan direct contact tussen leerling en docent. De school heeft dus 80 euro nodig om 20 euro te kunnen besteden aan zijn kerntaak. Een omgekeerde 20-80-organisatie. 

Boeiend is om te zien hoe een dergelijk systeem in stand gehouden wordt. Dat kan omdat er niemand meer is die zich bij machte voelt dan wel geroepen voelt om daar iets aan te veranderen. Leerlingen, ouders, medewerkers en middenmanagement voelen zich onmachtig en kiezen eieren voor hun geld, dat wil zeggen, proberen alleen voor zichzelf het beste uit de organisatie te halen. Het hogere management is vaak zodanig goed betaald en zodanig weinig onder scherp efficiëntietoezicht dat men er geen enkel belang bij heeft om de organisatie drastisch te veranderen van een verspillende naar een 20-80-organisatie. Het toezicht op de scholen richt zich op aantallen geslaagde leerlingen, of de kosten binnen de baten blijven en of men zich wel aan de continu vernieuwende stapel wetgeving houdt. De Tweede Kamer, bij uitstek het instituut dat namens de belastingbetaler toezicht zou moeten houden of effectief en efficiënt gebruik van belastinggeld, is niet geïnteresseerd omdat het zelf breed als geloof heeft dat als er iets moet worden verbeterd, er geld bij moet.

De beste weg om 20-80-scholen te krijgen, is juist drastisch bezuinigen op onderwijs, of nog liever: bezuinigen op inefficiënt onderwijs en het belonen van efficiënte scholen. Maar omdat belastinggeld alleen naar al gesubsidieerde scholen gaat, zullen er marktpartijen komen die het hele systeem omver gaan werpen.  Bedrijven die zelf nieuwe mbo-scholen zonder subsidie gaan oprichten, zonder gegroeide managementcultuur van verdeel en (be)heers, zullen binnen tien jaar alle bestaande mbo-scholen gaan leegzuigen. Het is immers een normale en natuurlijke verhouding dat er 20 euro nodig is om 80 euro uit te geven aan de kerntaak van een non-profit-organisatie, niet andersom.

Aug 142015
 

Blije aapDe titel van dit artikel is dubbelzinnig. In eerste instantie denk je bij het lezen waarschijnlijk dat er twee keer hetzelfde staat. De mensen die blij gemaakt worden, zijn blij. Logisch. Maar wat een mooiere betekenis is, is dat de mensen die andere mensen blij maken, zelf ook blij gemaakt worden.

Het is een 20-80-ding: je kunt zo vaak met heel weinig moeite een ander mens blij maken. En ’t bijzonder is, dat dat bijna altijd jezelf ook een goed gevoel geeft. Bijna, want als je er zelf echt bij inschiet, als je je eigen belangen structureel opzij zet, dan word je niet structureel blijer.

Uit allerlei geluksonderzoeken – zie internet – is gebleken dat mensen normaal gesproken blij worden als ze een ander blij kunnen maken. Dat kan natuurlijk op honderden manieren en ligt ook aan de ontvanger. Maar laten we ons eens even op een aantal eenvoudige en vaak toepasbare methoden richten. Lees verder…

Mei 192012
 

Iedereen doet het. Bijna niemand doet het bewust. Terwijl communiceren echt een 20-80-ding is. Immers, je kunt in weinig tijd en zonder kosten iets zeggen dat een enorme impact heeft. Grote sprekers weten hoe dat werkt. De rest van de mensheid zou ’t ook wel kunnen, want zo moeilijk is het niet om te leren, maar denkt verkeerd. De meeste mensen denken dat ze duidelijk genoeg communiceren, de rest denkt dat ze dat niet kunnen verbeteren. Dat is jammer voor hen.

Nogmaals, het is van grote waarde als je goed kunt communiceren, omdat je dan met relatief weinig moeite relatief veel kunt bereiken. Of het nu is op je werk, met klanten of in je relaties, communiceren bepaalt een groot deel van de kwaliteit daarvan. Iemand die technisch goed werk maakt, maar horkerig communiceert, zal weinig succes hebben. Iemand die een goed product heeft, maar klungelige verkooppraatjes houdt, zal niet veel verkopen. Terwijl communiceren iets is wat we allemaal kunnen verbeteren. Lees verder…